Nucleaire Hunebedbouwers

Stel je eens voor dat de Hunebedbouwers ons vijfduizend jaar geleden geen mysterieuze steenhopen hadden nagelaten, maar bergen dodelijk afval. Gif dat langzaam maar zeker het milieu en ieders gezondheid verziekte en dat op de koop toe als verschrikkelijk wapen kon worden gebruikt. Hoe anders had onze geschiedenis eruit gezien! Eeuwenlang hadden onze voorouders deze duistere erfenis moeten beschermen. Tegen de stijgende zeespiegel, maar ook tegen misbruik van een hele reeks kwaadwillenden: van woeste strijdhamervolken tot en met nazi's.
 
Een absurd idee? Toch is dit exact wat wij onze nazaten aandoen als we radioactief afval in onze ondergrond dumpen. We zadelen hen tot in een verre, ongewisse toekomst op met stoffen die als ze vrijkomen in potentie het leven op aarde grotendeels kunnen vernietigen. We dwingen hen niet alleen met dit afval te leven, maar het bovendien te behoeden voor allerlei gevaren. We verlangen ongevraagd dat ze de daarvoor benodigde kennis van generatie op generatie overleveren. Niet honderd jaar, niet duizend jaar, maar honderdduizenden jaren lang! En dat alles voor een marginale hoeveelheid energie die wij gemakkelijk met duurzame energiebronnen kunnen opwekken...
 
Zolang als er kerncentrales bestaan, is men zich van dit feit bewust. Maar een reden om te stoppen met kernenergie was het nimmer - althans niet in Nederland. Amper twee jaar geleden, nota bene nog na de ramp in Fukushima, wilde het kabinet Rutte I nieuwe kerncentrales bouwen. En zelfs nu kunnen we er niet gerust op zijn dat deze plannen voorgoed van tafel zijn. De atoomlobby is machtig en het opslagprobleem van kernafval wordt dienovereenkomstig gebagatelliseerd. Voorstanders van ondergrondse opslag wijzen naar twee formaties in de Nederlandse bodem die volgens hen voldoende stabiliteit zouden bezitten om het levensgevaarlijke afval langdurig te herbergen: Zoutkoepels en de Boomse kleilaag. Beide bevinden zich (ook) in de Noordelijke provincies. Reden genoeg om ons zorgen te maken.